Skip to main content

Vertrouwensinspecteurs

Binnen de Inspectie van het Onderwijs heeft een klein team van inspecteurs, naast hun toezichthoudende taak, een bijzondere taak: zij zijn vertrouwensinspecteur (VI). Dit team heeft ook de taak van vertrouwensinspecteur voor de kinderopvang.

Deze pagina gaat over de vertrouwensinspecteur voor onderwijs. Informatie over de rol van de vertrouwensinspecteur voor kinderopvang vindt u op de website van de Rijksoverheid.

Waarvoor benadert u de vertrouwensinspecteur?

Ouders, leerlingen, docenten, directies en besturen, maar ook vertrouwenspersonen kunnen de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs raadplegen wanneer zich in of rond de school (ernstige) problemen voordoen op het gebied van:

  • seksuele intimidatie en seksueel misbruik (zedenmisdrijven)
  • psychisch en fysiek geweld
  • discriminatie en radicalisering

Meldingen die binnen deze bovengenoemde categorieën vallen, kunnen voorgelegd worden aan de vertrouwensinspecteur. Deze zal luisteren, informeren en zo nodig adviseren. Uw melding wordt geregistreerd in een vertrouwelijk dossier van de vertrouwensinspecteur. Zo nodig kan de vertrouwensinspecteur ook adviseren in het traject naar het indienen van een formele klacht of het doen van aangifte. In het geval dat er een vermoeden is van seksueel misbruik (zedenmisdrijf) dan geldt in een aantal gevallen de meld-, overleg- en aangifteplicht.

Wat te doen bij andere klachten in of rondom de school?

De inspectie heeft geen specifieke taak bij het behandelen van individuele en/of arbeidsrechtelijke klachten in of rondom de school. Hebt u een klacht over het onderwijs? Een gesprek met de persoon die direct bij de klacht is betrokken, kan al veel oplossen. De directie van de school of de eventueel aanwezige interne- of externe vertrouwenspersoon kan hierbij bemiddelen. Gaat de klacht over de directie, dan kunt u zich wenden tot het bevoegd gezag van de school (het schoolbestuur) of het college van bestuur. De klachtenprocedure is te vinden in de schoolgids of op de website van de school/instelling. Het bevoegd gezag kan u eventueel informeren op welke wijze u uw klacht kunt indienen.
Om een beter beeld van een school of instelling te krijgen, wil de inspectie wel graag uw melding van uw klacht ontvangen. Dit kan via het contactformulier. Uw melding (signaal) gaat naar het betreffende inspectieteam van de school/instelling. Zij lezen het, nemen het op in het dossier van de school/instelling en nemen het (eventueel) mee in het gesprek met het bestuur of een volgend onderzoek naar de school/instelling.

 

Hoe en wanneer is de vertrouwensinspecteur bereikbaar?

Algemeen (Nederland)

De vertrouwensinspecteurs zijn alle werkdagen tijdens kantooruren (08.00-17.00 uur) bereikbaar op het nummer: 0900 111 3 111 (lokaal tarief).

Caribisch Nederland

Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) is het telefoonnummer: +31 30 670 60 01 of 0800 670 60 01 (gratis). De vertrouwensinspecteurs zijn bereikbaar van 08.00 tot 17.00 uur (Nederlandse tijd).

Gelet op het grote tijdverschil tussen Caribisch Nederland en Nederland is het soms handiger om een e-mail te sturen met een terugbelverzoek voor de vertrouwensinspecteur. U kunt uw bericht sturen aan CNvertrouwensinspectie@owinsp.nl. Vermeld in uw e-mail in ieder geval uw naam en het telefoonnummer waaronder u te bereiken bent.

Kinderopvang

De vertrouwensinspecteur voor de kinderopvang adviseert werkgevers, werknemers en ouders als zij aanwijzingen hebben dat een werkgever of werknemer (‘professional’) seksueel of ander geweld tegen een kind gebruikt.

Ouders kunnen de vertrouwensinspecteur raadplegen wanneer zij een vermoeden hebben van seksueel misbruik, seksuele intimidatie en/of geweld tegen kinderen in het kindercentrum of de peuterspeelzaal.

Voor professionals in de kinderopvang die een vermoeden hebben van seksueel misbruik of intimidatie of een vermoeden hebben van geweld tegen kinderen tijdens de opvang, geldt een meld- en overlegplicht.

Zedenmisdrijven

Meld-, overleg- en aangifteplicht in het onderwijs

U bent werkzaam in het onderwijs en u ontvangt signalen die mogelijk wijzen op een seksueel misdrijf (een zedenmisdrijf). Hieronder vindt u informatie over de wettelijk verplichte stappen en over de taak en rol van de vertrouwensinspecteurs van de Inspectie van het Onderwijs hierbij.

Wat verstaan we onder een zedenmisdrijf?

We verwijzen voor het begrip ‘misdrijf tegen de zeden’ (een zedenmisdrijf) naar het Wetboek van strafrecht (Titel XIV: misdrijven tegen de zeden). U kunt hierbij denken aan: een leraar die een seksuele relatie met een minderjarige leerling heeft, een leraar (zie voetnoot 1) die leerlingen op een ongepaste wijze aanraakt of een leraar die een leerling via sms’jes benadert met als uiteindelijk doel het maken van een seksueel contact (‘grooming’). Dit zijn allemaal strafbare feiten.

De meld-, overleg- en aangifteplicht in de onderwijswetten

In de onderwijswetten is de meld-, overleg-, en aangifteplicht opgenomen inzake zedenmisdrijven. In de deze verschillende wetsartikelen rond de meld- en overlegplicht in het onderwijs worden drie belangrijke kenmerken genoemd:

  • Het moet gaan om een redelijk vermoeden van een misdrijf tegen de zeden;
  • De dader is een met taken belast persoon (bijvoorbeeld een leraar) van de school of instelling;
  • Het slachtoffer is een minderjarige leerling of een minderjarige student van de school of instelling.

Meldplicht bij zedenmisdrijf op school

Als een medewerker op enigerlei wijze bekend is geworden met een mogelijk zedenmisdrijf met kenmerken zoals hierboven beschreven, moet hij of zij dit onverwijld melden bij het schoolbestuur. We noemen dit de meldplicht. Het is niet voldoende om een tussenpersoon te informeren, zoals bijvoorbeeld een lid van de schoolleiding of een vertrouwenspersoon. De meldplicht geldt voor alle met taken belaste personen op een school of instelling. Ook voor interne vertrouwenspersonen die binnen hun functie informatie krijgen over mogelijk zedenmisdrijf. Geen enkele medewerker kan in dit soort gevallen zich beroepen op de geheimhoudingsplicht, tenzij er sprake is van een medisch beroepsgeheim.

Overleg- en aangifteplicht bij een zedenmisdrijf op school

Moet het bevoegd gezag een zedenmisdrijf melden en tot aangifte overgaan?

Als een bevoegd gezag van een school (het schoolbestuur) of instelling op enigerlei wijze bekend is geworden met een mogelijk zedenmisdrijf met de kenmerken zoals eerder beschreven, dan moet zij direct in overleg treden met de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs.

We noemen dit de overlegplicht. De vertrouwensinspecteur stelt in overleg met het schoolbestuur vast of er op grond van de op dat moment bekende feiten, sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit.

Als er geconcludeerd wordt dat er sprake is van een redelijk vermoeden van een zedenmisdrijf dan is het schoolbestuur verplicht hiervan direct aangifte te doen bij de politie. Ook als de betrokkenen hierover hun bedenkingen hebben.

We noemen dit de aangifteplicht. Het schoolbestuur informeert de betrokkenen, zowel het slachtoffer als dader, als tot aangifte wordt overgegaan, dit is wettelijk voorgeschreven.

Valt seksuele intimidatie ook onder de meld-, overleg- en aangifteplicht?

Bij seksuele intimidatie gaat het om ongewenste, seksueel getinte aandacht die tot uiting komt in verbaal en/of non-verbaal en/of fysiek gedrag. Seksuele intimidatie valt niet onder Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht of onder een andere titel van het Wetboek van Strafrecht.

Seksuele intimidatie wordt ook wel omschreven als 'ongewenste intimiteiten'. Zoals verbaal (bijvoorbeeld seksueel getinte opmerkingen maken of seksueel getinte sms’jes of briefjes toesturen (zie voetnoot 2)), non-verbaal (zoals bijvoorbeeld seksueel gerichte gebaren maken) en/of fysiek (zoals bijvoorbeeld iemand ongewenst aanraken (zie voetnoot 2)).

Bij seksuele intimidatie gaat het niet om de intentie van de dader, maar om hoe de ontvanger het ervaart. Immers opmerkingen en gebaren kunnen als vervelend of bedreigend worden ervaren en de waardigheid van de ontvanger aantasten.

Als binnen een school of instelling zich een situatie van seksuele intimidatie voordoet, wordt geadviseerd in overleg te treden met de vertrouwensinspecteurs. Dit omdat uit de praktijk blijkt dat het soms lastig is te beoordelen of een melding valt in de categorie seksuele intimidatie of seksueel misbruik.

Geen aangifteplicht vertrouwensinspecteurs

De vertrouwensinspecteurs zelf zijn niet verplicht om aangifte te doen van een misdrijf tegen de zeden. Zij zijn wettelijk verplicht geheim te houden wat leerlingen, ouders of personeelsleden van een school hun toevertrouwen ten aanzien van mogelijke zedenmisdrijven.