Procedure 'mogelijke Ernstige Tekortkomingen'
Gemeenten hebben een aantal taken in het kader van de kinderopvang.
Dit zijn:
- de aanvraag en registratie van instellingen voor kinderopvang;
- het (laten) uitvoeren van onderzoeken naar de kwaliteit van de kinderopvang;
- de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang.
Als de Inspectie van het Onderwijs constateert dat een gemeente niet aan deze taken voldoet en vervolgens ook niet mee wil werken aan een verbetertraject, kan ze in het uiterste geval de procedure ‘mogelijke Ernstige Tekortkomingen’ starten.
De inspectie beoordeelt dan of sprake is van een ‘mogelijke Ernstige Tekortkoming’. Als dat het geval is, kan de minister een juridische interventie inzetten tegen de gemeente. De inspectie volgt de gemeente om te zien of deze actie onderneemt om aan de wet te gaan voldoen.
Criteria
De criteria waarop de inspectie beoordeelt of sprake is van een ‘mogelijke ernstige tekortkoming’ zijn:
- Een tekortkoming in de wettelijke taken van een gemeente rondom de kinderopvang, zoals hierboven beschreven
- Aard en omvang van de tekortkoming (niet financieel).
- Schade die geleden is door de tekortkoming en de omvang van de schade.
- Duur van de tekortkoming.
- Opzet in het handelen van de gemeente.
- Omvang van de tekortkoming: gaat het om één of meerdere instellingen of wordt er gedoogd ten aanzien van een groep instellingen?
- Het handelen (of uitblijven daarvan) van de gemeenteraad.
De inspectie neemt ook de opvattingen van de stakeholders, de branche en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ten aanzien van de kwaliteitsaspecten van kinderopvang mee als leidraad bij de bepaling van de ernst van de tekortkoming.