Kinderopvang
Sinds 2008 voert de Inspectie van het Onderwijs het tweedelijnstoezicht op de kwaliteit van de kinderopvang uit. Doel daarvan is om de prestaties van het eerstelijnstoezicht door gemeenten verder te bevorderen en daarmee de kwaliteit in de kinderopvang op hoog niveau te brengen en/of te houden.
Taken van de gemeente
Gemeenten hebben een aantal taken in het kader van de kinderopvang:
- de aanvraag en registratie van instellingen voor kinderopvang;
- het (laten) uitvoeren van onderzoeken naar de kwaliteit van de kinderopvang;
- de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang.
Het blijkt dat een deel van de gemeenten op toezicht en handhaving achterblijft. Met deze gemeenten maakt de inspectie individuele verbeterafspraken. Dit project loopt door in 2011.
Als de inspectie constateert dat een gemeente niet aan deze taken voldoet en vervolgens ook niet mee wil werken aan een verbetertraject, kan ze in het uiterste geval de procedure ‘mogelijke Ernstige Tekortkomingen’ starten.
Kwaliteit van het gemeentelijk toezicht
De inspectie publiceert jaarlijks een oordeel over het toezicht dat door de gemeenten op de kinderopvang wordt uitgevoerd. De inspectie baseert zich voor hierbij op de verantwoordingen die de gemeenten jaarlijks aan de gemeenteraad en aan de minister leveren.
Evaluatie van het toezicht
In 2011 evalueert de inspectie de wijze waarop zij toezicht houdt op de kinderopvang en past deze, waar nodig, aan. Dit gebeurt mede onder invloed van externe ontwikkelingen, zoals het wetsvoorstel Revitalisering Generiek Toezicht en het nieuwe toezicht op peuterspeelzalen en vroeg- en voorschoolse educatie.
Ontwikkeling toezicht peuterspeelzalen en kinderopvang
Vanaf augustus 2010 moeten gemeenten toezicht houden op peuterspeelzalen. De kwaliteitseisen hiervoor zijn zoveel mogelijk gelijkgesteld aan de kwaliteitseisen voor kinderopvang. Op peuterspeelzalen houdt de inspectie, net als bij kinderopvang, tweedelijnstoezicht. In 2011 wordt dit toezicht verder vormgegeven.