Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Kinderopvang

Sinds 2008 voert de Inspectie van het Onderwijs het tweedelijnstoezicht op de kwaliteit van de kinderopvang uit. Doel daarvan is om de prestaties van het eerstelijnstoezicht door gemeenten verder te bevorderen en daarmee de kwaliteit in de kinderopvang op hoog niveau te brengen en/of te houden.

Toezicht op peuterspeelzalen
Taken van de gemeente
Kwaliteit van het gemeentelijk toezicht
Nieuw toezicht

Juf kleit met kinderen 

Toezicht op peuterspeelzalen

Vanaf augustus 2010 moeten gemeenten toezicht houden op peuterspeelzalen. De kwaliteitseisen hiervoor zijn zoveel mogelijk gelijkgesteld aan de kwaliteitseisen voor kinderopvang. Op peuterspeelzalen houdt de inspectie, net als bij kinderopvang, tweedelijnstoezicht.

Taken van de gemeente

Gemeenten hebben een aantal taken in het kader van toezicht op kinderopvang en peuterspeelzalen:

  • de aanvraag en registratie van instellingen voor kinderopvang;
  • het (laten) uitvoeren van onderzoeken naar de kwaliteit van de kinderopvang;
  • de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang.

Het blijkt dat een deel van de gemeenten op toezicht en handhaving achterblijft. Met deze gemeenten maakt de inspectie individuele verbeterafspraken. Dit project (‘Achterblijvende gemeenten kinderopvang’) loopt door in 2013.

Als de inspectie constateert dat een gemeente niet aan deze taken voldoet en vervolgens ook niet mee wil werken aan een verbetertraject, kan ze in het uiterste geval de procedure ‘mogelijke Ernstige Tekortkomingen’ starten.

Kwaliteit van het gemeentelijk toezicht

De inspectie publiceert jaarlijks een oordeel over het toezicht dat door de gemeenten op de kinderopvang wordt uitgevoerd. De inspectie baseert zich voor hierbij op de verantwoordingen die de gemeenten jaarlijks aan de gemeenteraad en aan de minister leveren.

Nieuw toezicht

Mede onder invloed van externe ontwikkelingen, zoals het wetsvoorstel Revitalisering Generiek Toezicht, heeft de inspectie de wijze waarop zij toezicht hield tot 2010 geëvalueerd. Dit leidt tot een nieuwe manier van werken. De gewijzigde werkwijze wordt begin 2013 ingevoerd.

In navolging van het project ‘Achterblijvende gemeenten kinderopvang’ wordt allereerst een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse wordt uitgevoerd met een vaste set indicatoren. Die is afgestemd met de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG). Gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taken op het gebied van kinderopvang worden nader onderzocht.

Stuur door