Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Veelgestelde vragen over mbo-opleidingen van onvoldoende kwaliteit

Lijst met veelgestelde vragen over de internetlijst mbo-opleidingen van onvoldoende kwaliteit.

  1. Waarom de internetlijst?
  2. Hoeveel opleidingen zijn er nu precies?
  3. Wanneer is de onderwijskwaliteit onvoldoende?
  4. Wanneer is de examenkwaliteit onvoldoende?
  5. Hoe sporen we opleidingen van onvoldoende kwaliteit op? 
  6. Hoe werkt de risicoanalyse van de inspectie in het mbo?
  7. Wat gebeurt er als de onderwijskwaliteit onvoldoende, oftewel zeer zwak is?
  8. Wat gebeurt er als de examenkwaliteit onvoldoende is?
  9. Zijn er wel eens licenties ingetrokken?
  10. Opleidingen met onvoldoende examens zijn toch niet ‘zeer zwak’?
  11. Het onderzoek was op één locatie, op andere locaties is deze opleiding wel in orde?
  12. Wanneer komt een opleiding op de lijst te staan?
  13. Wanneer gaat een opleiding weer van de lijst af?
  14. In het rapport staan meer opleidingen dan op de lijst. Hoe kan dat?
  15. Kunnen er opleidingen zonder studenten op de lijst staan?
  16. Zijn alle andere opleidingen die niet op de lijst staan nu goed?
  17. Waar kan ik het rapport van de opleiding vinden?
  18. Ik zie ook misstanden bij mijn opleiding terwijl die niet op een lijst voorkomt, kan ik mijn klachten kwijt bij de inspectie en hoe?

Waarom de internetlijst?

Om de transparantie van de uitkomsten van het toezicht te vergroten, publiceren wij overzichten van mbo-opleidingen met onvoldoende onderwijs- of examenkwaliteit. Het doel is om relevante actoren zoals studenten en hun ouders, maar ook de stakeholders in de omgeving van de instelling en uiteindelijk ook het algemene publiek, inzicht te bieden in die mbo-opleidingen die naar het oordeel van de inspectie ernstig onder de maat presteren.

Daarmee voeren wij ook in het mbo de werkwijze door die wij al enige jaren voor het basis- en voortgezet onderwijs hanteren door het publiceren van overzichten met zogenoemde ‘zeer zwakke scholen’. Dit vormt een aanvulling op het publiceren van de onderzoeksrapporten. Het is dan ook geen nieuwe informatie: het staat al in de openbare rapporten. 

Naar boven

Hoeveel opleidingen zijn er nu precies?

Er waren op 1 oktober 2011 11.169 bekostigde opleidingen met ten minste een ingeschreven student geregistreerd bij DUO (voorheen CFI). Dit getal hanteren we om het aantal onvoldoende opleidingen in perspectief te plaatsen.

Dit is de uitkomst van het aantal landelijk vastgestelde soorten opleidingen maal het aantal instellingen dat de opleiding verzorgt.

Er is sprake van een opleiding als deze met een apart nummer (het crebonummer) bij het centraal register beroepsonderwijs (Crebo) ingeschreven staat. Hier vallen zowel ‘oude’ eindtermnummers onder (de zogenaamde 10.000-nummers), als ‘nieuwe’ competentiegerichte nummers (de zogenoemde 90.000-nummers). In feite schuilen echter nu achter verschillende nummers één opleiding. In de overgangsfase van oude naar nieuwe nummers hebben alle bestaande opleidingen nu ten minste twee nummers en soms meer, doordat er ook nog tijdelijke ‘tussennummers’ bestaan. Alle mbo-opleidingen moderniseren de komende jaren waardoor geleidelijk de oude eindtermnummers verdwijnen. Het feitelijk aantal ‘doorlopende’ opleidingen ligt dus lager dan de nu gepresenteerde optelling van oude en nieuwe crebo-opleidingen.

De reden waarom de inspectie hier toch het getal van 11.000 gebruikt, is dat het wel om verschillende examineringen en diploma’s gaat, ook al zijn het de facto doorlopende opleidingen die gemoderniseerd en competentiegericht worden. Pas als alle oude eindtermopleidingen afgebouwd zijn, en hierin geen diploma’s meer uitgereikt worden, is goed te zien hoeveel mbo-opleidingen er zijn.

Daarnaast verzorgen niet-bekostigde instellingen enkele honderden mbo-opleidingen, het precieze aantal is niet bekend.  

Naar boven

Wanneer is de onderwijskwaliteit onvoldoende?

Onderwijskwaliteit is onvoldoende (dit noemen we zeer zwak) als:

  • de opbrengsten niet aan de norm voldoen:
    - als het percentage op twee indicatoren (jaarresultaat en diplomaresultaat) lager is dan 30 procent van alle opleidingen op dat niveau. Er verlaten dan te veel studenten vanuit deze opleiding zonder diploma de instelling. Studenten die zonder diploma intern overstappen van de ene naar de andere opleiding rekenen we niet mee, ze tellen pas mee als ze zonder diploma de instelling verlaten; èn
  • het onderwijsproces niet aan de norm voldoet. Dit is het geval als:
    - het onderwijsproces niet voldoet aan zeven van de negen aspecten; of
    - het onderwijsproces niet voldoet aan de drie kernaspecten. De kernaspecten zijn: didactisch handelen, studieloopbaanbegeleiding en beroepspraktijkvorming.

Bij zeer zwakke opleidingen zijn dus zowel de opbrengsten als het onderwijsproces onder de maat.

Als alleen het onderwijsproces onvoldoende is, noemen we de opleiding zwak. Als het onderwijsproces na een jaar nog steeds onvoldoende is, wordt de opleiding ook zeer zwak, en daarmee van onvoldoende kwaliteit in de zin van de wet.

Als alleen de opbrengsten onvoldoende zijn, spreken we van ‘onvoldoende opbrengsten’. Als de opbrengsten langdurig te laag zijn, blijven we spreken van ‘onvoldoende opbrengsten’. De opleiding wordt dan niet zeer zwak. In dat geval blijft wel aangepast toezicht bestaan, inclusief de plicht tot een plan van aanpak. 

Naar boven

Wanneer is de examenkwaliteit onvoldoende?

De examenkwaliteit is onvoldoende als niet voldaan wordt aan de drie examenstandaarden. De examenstandaarden zijn opgenomen in de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2012. Het gaat om de volgende standaarden:

  1. het exameninstrumentarium sluit aan op de uitstroomeisen en voldoet aan de toetstechnische eisen;
  2. de examenprocessen van afname en beoordeling zijn deugdelijk; 
  3. de diplomering is deugdelijk en geborgd. 

Naar boven

Hoe sporen we opleidingen van onvoldoende kwaliteit op?

Onderwijskwaliteit via risicoanalyse en driejaarlijkse staat van de instelling
Opleidingen met onvoldoende onderwijskwaliteit, de zeer zwakke opleidingen, komen we op het spoor in een risicoanalyse. De inspectie werkt in het onderwijstoezicht in het mbo risicogericht, dat wil zeggen dat zij het toezicht vooral richt op scholen en opleidingen waarvan zij vermoedt dat er mogelijk iets ernstigs aan de hand is met de kwaliteit, dan wel met het naleven van de wettelijke regels. Dat doet zij om de beschikbare capaciteit van de inspectie vooral in te zetten waar nodig, en niet bij opleidingen die het goed doen. Onvoldoende onderwijskwaliteit komen we daarnaast op het spoor via de driejaarlijkse staat van de instelling; enkele opleidingen (maximaal 5 per instelling) worden op basis van een steekproef onderzocht. Zie verder vraag 6.

Examenkwaliteit voornamelijk via steekproef en signalen
In de driejaarlijkse staat van de instelling onderzoeken we de examenkwaliteit van opleidingen. Dat gebeurt op basis van een steekproef. Het aantal opleidingen in de steekproef is ten eerste afhankelijk van de omvang van de instelling: grote roc’s krijgen maximaal vijf opleidingen in de steekproef. Daarnaast ontvangen we geregeld signalen over mogelijk onvoldoende examenkwaliteit. Ook op basis daarvan kan een onderzoek starten. 

Naar boven

Hoe werkt de risicoanalyse van de inspectie in het mbo?

Om zicht te krijgen waar mogelijk risico’s voor de onderwijskwaliteit zitten, maken we gebruik van meerdere bronnen:

- Opbrengsten via het onderwijsnummer
In alle onderwijssectoren is het eerste aangrijpingspunt de landelijke gegevens over de opbrengsten van de school. Hieronder verstaan we in het mbo het percentage gediplomeerden. In het basisonderwijs komen die gegevens van de CITO-toets, in het voortgezet onderwijs van de examengegevens en doorstroomgegevens van de IB-Groep.

Van 2006 tot 2009 werkte de inspectie in het mbo met een vragenlijst waarop de instellingen de gegevens over aantal studenten en aantallen behaalde diploma’s opgaf. Ze deden dit per organisatorisch onderdeel van de instelling, zeg maar per afdeling, want het was toen technisch nog niet mogelijk om dit voor elke opleiding apart te doen. Dit kon pas in 2009 voor het eerst toen opbrengstgegevens via het onderwijsnummer per opleiding beschikbaar kwamen.

Nu de gegevens van het onderwijsnummer ook voor het mbo bruikbaar zijn, kunnen we sinds 2010 de opbrengstgegevens per opleiding analyseren. 

- Tevredenheid studenten
Het tweede aangrijpingspunt zijn de landelijke gegevens van de JOB-monitor, dan wel eigen tevredenheidonderzoeken van de instelling zelf. Ook deze informatie hanteren we bij de risicoanalyse. Een beperking is vaak de respons: vaak is die wel voldoende voor een hele afdeling, maar niet altijd per opleiding. Hoewel we goed naar deze gegevens kijken, zijn ze daarom niet in alle gevallen voldoende bruikbaar. 

- Gegevens over arbeidsmarktperspectieven van studenten 

- Jaarverslagen van instellingen
Ook kijken we of instellingen in hun jaarverslag melden of er bij onderdelen van de instelling knelpunten in de kwaliteit zijn. Instellingen zijn vanaf 2010 verplicht hun prestaties daarin op te nemen. Deze verslagen leveren nu nog maar beperkt bruikbare informatie op. Dat moet de komende jaren verbeteren. 

- Signalen
Ten slotte maken we gebruik van allerlei signalen die de inspectie binnenkrijgt via mail, telefoon, post, via de pers, et cetera. Ook deze wegen mee in de risicoanalyse. 

- Selectie van opleidingen voor onderzoek
Bovenstaande informatie betrekt de inspectie bij de driejaarlijkse staat van de instelling. Bij het opmaken van de staat van de instelling wordt zowel een risicoanalyse uitgevoerd, als een onderzoek uitgevoerd bij een tot vijf opleidingen per instelling. Daarnaast houdt de inspectie ook jaarlijks – op basis van bovenstaande informatie – de vinger aan de pols. Alleen als hier vermoedens uit naar voren komen van ernstige, nieuwe tekortkomingen die niet eerder gezien zijn, treedt de inspectie in contact met de instelling.  Op basis van de jaarlijkse risicomonitoring kan de inspectie dus nader onderzoek verrichten bij bepaalde opleidingen. Bij instellingen waar de driejaarlijkse instellingsanalyse eerder al aanleiding gaf tot geïntensiveerd toezicht bij opleidingen, is dit aanvullend op de contacten die er al zijn. Bij instellingen die eerder geen geïntensiveerd toezicht hadden, is dat contact een afwijking van de afgesproken tweejaarlijkse toezichtluwte. Bij deze instellingen zal het contact in beginsel bestaan uit een verzoek om informatie en zal terughoudend omgegaan worden met de vraag of er nader inspectieonderzoek nodig is. De informatie kan niettemin aanleiding zijn tot een onderzoek door de inspectie.

Naar boven

Wat gebeurt er als de onderwijskwaliteit onvoldoende, oftewel zeer zwak is?

Als we onvoldoende onderwijskwaliteit constateren, krijgt de opleiding een waarschuwing en een jaar verbetertijd. Na een jaar volgt een onderzoek naar kwaliteitsverbetering. Bij ruim 80 procent van de opleidingen is de kwaliteit dan hersteld. Als de kwaliteit dan nog steeds onvoldoende is (de opleiding blijft zeer zwak), dan kan het recht op bekostiging en het recht om te diplomeren (dus de onderwijslicentie) ingetrokken worden. De opleiding moet dan stoppen.

Naar boven

Wat gebeurt er als de examenkwaliteit onvoldoende is?

Als we onvoldoende kwaliteit constateren, krijgt de opleiding een waarschuwing en circa een jaar verbetertijd. De verbetertijd kan in bepaalde gevallen korter zijn.

Na een jaar volgt een onderzoek naar kwaliteitsverbetering. Als het dan nog steeds van onvoldoende kwaliteit is, kan het recht op examinering, de examenlicentie, ingetrokken worden. Dat betekent dat de opleiding de examinering moet uitbesteden.

Naar boven

Zijn er wel eens licenties ingetrokken?

Er is in één geval een onderwijslicentie ingetrokken. Het betrof een opleiding van een niet-bekostigde opleiding.

In 2009 is bij vier opleidingen (bij vier instellingen) de examenlicentie ingetrokken. Deze vier opleidingen zijn alle vier door de instelling beëindigd en staan daarom niet meer op de lijst. Daarnaast is in 2010/2011 bij 17 opleidingen (bij negen instellingen) de examenlicentie ingetrokken.

Naar boven

Opleidingen met onvoldoende examens zijn toch niet ‘zeer zwak’?

Dit is juist. De term ‘zeer zwak’ geldt alleen voor de onderwijskwaliteit en niet voor de examens. De lijst heeft als titel ‘Mbo-opleidingen met onvoldoende kwaliteit van onderwijs of examens’.

In de toelichting staat wat dit precies inhoudt..

Naar boven

Het onderzoek was op één locatie, op andere locaties is deze opleiding wel in orde?

Veel opleidingen worden op meerdere locaties aangeboden, en doorgaans voeren wij op grond van aanwijzingen in de risicoanalyse dan wel steekproefsgewijs (in het kader van de driejarige staat van de instelling) het onderzoek op een locatie uit. Bij een onderzoek naar kwaliteitsverbetering veelal op meerdere locaties. Het is praktisch onmogelijk om steeds alle locaties te onderzoeken.

Aangezien de wet eisen stelt aan de opleiding als geheel en geen onderscheid tussen locaties maakt, en bovendien de locaties niet landelijk geregistreerd zijn, moet de kwaliteit van een opleiding op elke locatie in orde zijn. Wij maken op het overzicht dan ook geen onderscheid naar locaties (ter informatie wordt de locatie wel vermeld). Ook in een eventueel sanctietraject wordt geen onderscheid naar locaties gemaakt: zo zijn de zeventien examenlicenties die in 2010/2011 zijn ingetrokken, voor de hele instelling ingetrokken. In het rapport zelf is te vinden op welke locatie het onderzoek is uitgevoerd.

Naar boven

Wanneer komt een opleiding op de lijst te staan?

Na een onderzoek schrijft de inspectie een rapport van bevindingen.

De instelling krijgt eerst de gelegenheid feitelijke onjuistheden aan te wijzen en een algemene reactie te geven. Daarna stellen we het rapport vast. Volgens de wet maken we het rapport in de vijfde week na vaststelling openbaar, in deze termijn kan de instelling zich op een reactie voorbereiden. Bij de eerstvolgende verversing van de lijst (steeds de eerste van de maand) na deze vier-weken-termijn, komen de opleidingen die van onvoldoende onderwijs- of examenkwaliteit zijn, op de lijst.

Naar boven

Wanneer gaat een opleiding weer van de lijst af?

Als bij een onderzoek naar kwaliteitsverbetering blijkt dat de kwaliteit weer hersteld is, en er een conceptrapport naar de instelling is gestuurd, markeren we de opleiding op de lijst. Dan is te zien dat de kwaliteit verbeterd is en dat de opleiding binnenkort van de lijst gaat.

Zodra het rapport is gepubliceerd verdwijnt de opleiding bij de eerstvolgende verversing van de lijst.

Naar boven

In het rapport staan meer opleidingen dan op de lijst. Hoe kan dat?

Dat kan inderdaad soms voorkomen en kan twee redenen hebben:

  • Soms zijn er opleidingen met een oud en een nieuw crebonummer (het nummer dat ze krijgen in het Centraal register beroepsonderwijs van CFI, zie ook vraag 1). Deze hebben we in de lijst steeds als één opleiding genoemd en soms staan ze in de rapporten apart genoemd;
  • Vooral oude eindtermenopleidingen kunnen inmiddels beëindigd zijn. Er zijn dan geen studenten meer ingeschreven, ook worden in de toekomst geen studenten meer ingeschreven en er zijn geen examens meer (ook geen herexamens). Instellingen geven dat aan ons door en dan verdwijnen de opleidingen van de lijst.

Naar boven

Kunnen er opleidingen zonder studenten op de lijst staan?

Alle eindtermopleidingen zullen komende jaren beëindigd worden. Maar ook nieuwe opleidingen kunnen uiteraard op enig moment weer beëindigd worden, bijvoorbeeld bij gebrek aan vraag van studenten of om ontbrekend perspectief op de arbeidsmarkt. Opleidingen die niet langer verzorgd worden, gaan van de lijst af. Voorwaarde is wel dat er een door de hoogste leiding, dus CvB of als dat er niet is door de directie, getekende brief is met de verklaring dat er geen studenten meer ingeschreven staan, dat er geen onderwijs of (her)examens meer verzorgd worden, en dat er ook in de toekomst geen studenten meer worden ingeschreven. Dan wordt de opleiding direct verwijderd.

Naar boven

Zijn alle andere opleidingen die niet op de lijst staan nu goed?

Er zijn drie redenen waarom dit niet gezegd kan worden:

  • We moeten keuzes maken waar we onderzoek doen 
    Alleen opleidingen waar wij de onvoldoende kwaliteit hebben vastgesteld, komen op de internetlijst. Uit de manier waarop wij opleidingen selecteren voor een inspectieonderzoek (zie vraag 6), volgt dat ons onderzoek niet alle opleidingen dekt waar mogelijke tekortkomingen zijn. Wij moeten keuzes maken om de inspectiecapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. Wij kunnen hooguit zeggen dat wij bij de niet onderzochte opleidingen geen informatie hebben die duiden op ernstige problemen, dan wel dat de instelling deze zelf al onderzocht heeft en aan het verbeteren is.
  • Er zijn ook veel zwakke opleidingen
    Behalve met ‘zeer zwak’ werken we ook met de aanduiding ’zwak onderwijs’. Dit zijn opleidingen waar óf de opbrengsten, óf het onderwijsproces niet in orde is, en het andere wel. In het jaar 2010/2011 werd 214 keer bij een opleiding zwakke kwaliteit geconstateerd. Ook deze opleidingen staan onder geïntensiveerd toezicht en krijgen na een jaar een tweede onderzoek. Hier bestaat geen overzicht van en ze worden niet op de lijst vermeld. Vanaf 1 januari 2012 maken we onderscheid tussen zwak onderwijs (het onderwijsproces is niet op orde, maar de opbrengsten wel), en onvoldoende opbrengsten (het onderwijsproces is op orde, maar de opbrengsten niet).
  • In 2009 kende 37 procent van de opleidingen onvoldoende examenkwaliteit   
    We weten door de representatieve steekproef naar de examenkwaliteit dat in 2009 37 procent van de opleidingen onvoldoende examenkwaliteit had. Omgeslagen naar het totale bestand zou dit om een groot aantal bekostigde en niet-bekostigde opleidingen kunnen gaan. Alleen opleidingen in de steekproef kunnen wat betreft de examenkwaliteit op de lijst terechtkomen.

Naar boven

Waar kan ik het rapport van de opleiding vinden?

Er zijn alleen rapporten over opleidingen waar de inspectie onderzoek gedaan heeft. Die rapporten kunnen opleidingen bevatten waar de kwaliteit goed gebleken is, waar de kwaliteit zwak was of de opbrengsten onvoldoende en waar de kwaliteit zeer zwak was. In de meeste rapporten wordt de kwaliteit beschreven van meerdere opleidingen tegelijk.

Rapporten van opleidingen die op de internetlijst staan, zijn via deze internetlijst te vinden: bij elke opleiding vormt de datum tegelijk de link naar het rapport.

Rapporten over andere opleidingen waar de inspectie een onderzoek heeft ingesteld zijn te vinden op de toezichtkaart via Zoek scholen op de homepage.

Naar boven

Ik zie ook misstanden bij mijn opleiding terwijl die niet op een lijst voorkomt.

Kan ik mijn klachten kwijt bij de inspectie en hoe?

Inspectie behandelt geen klachten
De klachtenbehandeling in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie is niet wettelijk vastgelegd. De meeste instellingen kennen een (onafhankelijke) klachtencommissie. De klachtenregeling staat meestal beschreven in het deelnemerstatuut van de instelling. Hierin staat wie er in deze commissie zitting hebben, hoe de procedure verloopt en welke reactietermijnen er zijn.

Voor examens bevat de wet geen voorzieningen voor klachten, maar bestaat we de mogelijkheid van administratief beroep tegen de rechtmatigheid van een op rechtsgevolg gericht besluit van de examencommissie.

Inspectie wil wel graag geïnformeerd worden over klachten
Het is wel mogelijk om de inspectie in te lichten over klachten. Zo krijgt de inspectie een beter beeld van de opleidingen. Ook kan de inspectie een klacht als signaal van een mogelijk probleem gebruiken bij de risicoanalyses. En bij een klacht of signaal van een mogelijke structurele of ernstige misstand neemt de inspectie contact op met de instelling om deze om verantwoording te vragen. Ook kan de inspectie in die gevallen direct een onderzoek instellen.

Een kopie van de klacht kan gezonden worden aan de inspectie, het komt dan terecht bij het betreffende inspectieteam. Na de ontvangst van het kopie ontvangt u een ontvangstbevestiging. Klagers kunnen kopieën van klachten over een school, sturen aan:
Inspectie van het Onderwijs t.a.v. Loket Onderwijsinspectie | Postbus 2730 | 3500 GS Utrecht of zenden via het contactformulier.

Naar boven