Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Beoordeling opbrengsten bekostigd mbo

De inspectie heeft voor de beoordeling van de opbrengsten van bekostigde opleidingen mbo normen vastgesteld. De norm is gebaseerd op twee indicatoren: het jaarresultaat en het diplomaresultaat.

Beide indicatoren geven het percentage gediplomeerden weer. Bij jaarresultaat tellen ook de diploma’s uit dat jaar mee van deelnemers die intern doorstromen en bij diplomaresultaat ook de diploma’s die ooit eerder behaald zijn.

De precieze definiëring van de indicatoren staat in de notitie 'Indicatoren voor opbrengsten' (PDF 38kB). Indien beide indicatoren onvoldoende zijn is sprake van onvoldoende opbrengsten. Concreet komt het neer op de volgende normen:

 

Jaarresultaat

Diplomaresultaat

 Niveau 1

 59,1%

 38,3%

 Niveau 2

 50,2%

 38,3%

 Niveau 3

 56,7%

 60,0%

 Niveau 4

 42,0%

 48,5%

 
Dit betekent dus dat een opleiding op niveau 4 onvoldoende opbrengsten heeft als deze een jaarresultaat van minder dan 42,0% én een diplomaresultaat van minder dan 48,5 procent haalt.

Het jaarresultaat moet op lagere niveaus hoger zijn omdat daar meer stapelingsmogelijkheid is. Het diplomaresultaat moet juist hoger zijn op hogere niveaus omdat daar minder deelnemers zonder enig diploma de instelling verlaten.

Deze percentages gelden met terugwerkende kracht voor alle onderzoeken in de toezichtronde 2009 waarin de opbrengsten over het cursusjaar 2007/2008 beoordeeld zijn.

Keuze van de norm

Deze percentages zijn tot stand gekomen door per niveau een grens te leggen bij 30 % van de opleidingen die hiermee in het afgelopen jaar een onvoldoende haalt (percentiel 30). Het is daarmee en relatieve norm.

Grenswaarden risicoanalyse

De norm geldt voor het beoordelen van opleidingen indien er een kwaliteitsonderzoek plaatsvindt. Bij de risicoanalyses wordt voor de veiligheid een wat hogere grens getrokken, dit heet een grenswaarde.

Één norm voor alle sectoren

De norm geldt voor alle soorten instellingen en alle sectoren. Dit om het zo transaparant mogelijk te houden en omdat verschillen in prestaties tussen sectoren en instellingen niet eenduidig zijn.

Beoordelingen niveau 1

Bij de AKA opleidingen tellen ook deelnemers mee die geen diploma, maar wel op een arbeidsplaats terecht komen. Om de administratieve lasten niet te vergroten, geldt dit niet voor de andere niveau 1 opleidingen.

Vervolg

In 2010 vindt er een tussenevaluatie plaats. In principe geldt ook voor de toezichtronde 2010 - dus voor de opbrengsten behaald in het cursusjaar 2008/2009 - de relatieve norm bij het percentiel 30. De inspectie gaat samen met de MBO Raad en AOC Raad verder met het ontwikkelen van een indicator voor toegevoegde waarde voor 2011. Hiermee kan (nog beter dan nu) recht gedaan worden aan populatieverschillen tussen instellingen en opleidingen. Medio 2010 wordt hier een besluit over genomen en dan wordt opnieuw het geheel van indicatoren en de normering voor 2011 bepaald.