Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Het oordeel van de inspectie

Het oordeel van de inspectie over de kwaliteit van het onderwijs op een school wordt uitgedrukt in voldoende, zwak en zeer zwak.

Van de leerlingen in het funderend onderwijs zit ongeveer 7 procent (plusminus 145.000 leerlingen) op zwakke of zeer zwakke scholen. Het percentage wisselt per sector. (cijfers Onderwijsverslag 2008/2009). De meeste tijd en aandacht van de inspectie gaat uit naar zwakke en zeer zwakke scholen. Daar komt de inspectie veel vaker, omdat ze zo snel mogelijk moeten verbeteren.

Naast een oordeel over de kwaliteit, spreekt de inspectie ook een oordeel uit als een school zich niet houdt aan wetten en regels. Als een school niet voldoet aan de wet, krijgt die school een onvoldoende voor de naleving van wet- en regelgeving en wordt de school opgedragen hier aan te gaan voldoen.

Schoolbestuur wordt aangesproken

Het oordeel van de inspectie over een school wordt in een rapport toegelicht. Over de resultaten van het onderzoek gaat de inspectie in gesprek met het schoolbestuur. Het bestuur van een school is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, voor de financiƫle situatie en voor het naleven van wetten en regels. Het bestuur moet zich verantwoorden over de resultaten. Daarom spreekt de inspectie het bestuur rechtstreeks aan.

Wanneer de kwaliteit van een school onder de maat is, zou dat geen verrassing mogen zijn voor het bestuur. De inspectie baseert zich immers op gegevens die ook de school heeft of kan hebben. Scholen met goed onderwijs kijken voortdurend kritisch naar hun eigen functioneren en wat zij zelf kunnen verbeteren. De inspectie probeert zo snel mogelijk te signaleren, wanneer het minder goed gaat met een school. Hoe eerder het bestuur wordt aangesproken op tegenvallende resultaten, hoe eerder de school daar werk van kan maken. De inspectie geeft aan waar het niet goed gaat en wat moet worden verbeterd. De school moet zelf zorgen voor verbetering van de zwakke punten.

Belang van de leerling altijd voorop

Soms verkeert de school in ongunstige omstandigheden: er zijn bijvoorbeeld veel vacatures of de school heeft te maken met een hoog ziekteverzuim of een directiewisseling. Hoe gaat de inspectie dan om met het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs? De inspectie beoordeelt de kwaliteit altijd op het moment van het onderzoek en houdt in haar oordeel geen rekening met deze "verzachtende" omstandigheden. Iedere leerling of student heeft immers op elk moment recht op goed onderwijs. Wel zal de inspectie in haar rapport aandacht besteden aan de omstandigheden en kan dit in de aanpak van het vervolgtraject een rol spelen.

Hoor en wederhoor

Voordat een oordeel wordt vastgelegd, geeft de inspectie het schoolbestuur de gelegenheid om op het rapport te reageren. Dat doet zij niet alleen omdat dit in de wet staat, maar ook omdat het altijd mogelijk is dat ze het mis heeft, ondanks zorgvuldig onderzoek. Hoor en wederhoor is een extra kwaliteitsborg voor inspectierapporten. Als sprake is van feitelijke onjuistheden, wordt het rapport uiteraard aangepast. Het kan voorkomen dat schoolbestuur en inspectie fundamenteel van mening verschillen. In dat geval kan het bestuur de eigen visie later opnemen in een bijlage van het rapport. Een vastgesteld rapport wordt direct aan het bestuur gestuurd en vijf weken laten openbaar gemaakt op de website van de inspectie. Als een school een klacht heeft over de inspectie, kan ze die indienen bij een onafhankelijke klachtadviescommissie.

Informeren van ouders

Het oordeel van de inspectie wordt toegelicht in een rapport. Dit rapport is primair geschreven voor de school zelf. Het is de taak van de school om hierover met ouders te communiceren. Oordelen van de inspectie en rapporten over individuele scholen zijn door iedereen, dus ook door ouders, in te zien via 'Zoek Scholen'.

Handhaving

De inspectie ziet erop toe dat scholen voldoen aan de gestelde wettelijke eisen en kwaliteitseisen. Wanneer scholen hieraan niet voldoen, bevordert de inspectie dat ze dit wel gaan doen.

Zwakke en zeer zwakke scholen moeten zo snel mogelijk verbeteren in het belang van de leerlingen. De school krijgt de opdracht binnen een afgesproken termijn te verbeteren en de inspectie controleert dan de nieuwe resultaten. De bevindingen worden gepubliceerd op de website van de inspectie. Vanwege transparantie, maar ook als stok achter de deur voor de school. Verbetert een school niet goed of snel genoeg, dan worden andere maatregelen ingezet.

Wanneer de inspectie geen vertrouwen meer heeft dat de school zal verbeteren, meldt ze de school bij de minister van Onderwijs, zodat hij verdere stappen kan ondernemen. Als de school wettelijke regels overtreedt, kan de minister financiƫle maatregelen nemen. In het beroepsonderwijs kan de minister bovendien de examenlicentie intrekken als de examenkwaliteit na een jaar niet is hersteld. Ook kan de minister het recht intrekken om een opleiding aan te bieden als de onderwijskwaliteit na twee jaar nog steeds zeer zwak is.