Hoe gaat de inspectie te werk?
Op deze pagina leest u in het kort hoe de inspectie de onderwijskwaliteit op een school onderzoekt.
Risicoanalyse
Een school moet het onderwijs aanbieden dat leerlingen nodig hebben, zodat leerlingen zich kunnen ontwikkelen en zoveel mogelijk leren. Ieder jaar bekijkt de inspectie bij alle scholen met basistoezicht of er aanwijzingen zijn dat een school onvoldoende kwaliteit levert.
Dit onderzoek heet de risicoanalyse. Op basis van de risicoanalyse en eventueel nader onderzoek bepalen wij hoeveel toezicht een school nodig heeft. Het toezicht dat iedere school krijgt, is dus maatwerk.
Bij de risicoanalyse onderzoeken wij:
- opbrengsten, zoals eindtoets basisonderwijs, examenresultaten, in-, door-, en uitstroomgegevens
- Jaarstukken: onder meer schoolgids en financiële stukken
- Signalen: onder meer klachten en (negatieve) berichtgevingen in de media
- nalevingsaspecten.
Na de risicoanalyse bespreekt de inspecteur de uitkomsten met het bestuur van de school. Het bestuur is namelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Ook is het verantwoordelijk voor de financiële situatie van de school en het naleven van wetten en regels.
Geen risico’s
Als de analyse geen risico’s laat zien, dan hebben wij vertrouwen in de kwaliteit van het onderwijs op de school. Er is geen nader onderzoek of intensivering van het toezicht nodig en de school krijgt basistoezicht.
Wel risico’s
Als de analyse wel risico’s laat zien, dan vragen wij aanvullende informatie op. De aard en achtergrond van de vermeende risico’s worden onderzocht. Ook maken wij een uitgebreidere analyse van alle gegevens.
De inspecteur bespreekt deze informatie met het bestuur. Blijkt uiteindelijk niets aan de hand te zijn, dan krijgt de school alsnog basistoezicht. Als wel sprake is van mogelijke tekortkomingen, dan voeren wij een kwaliteitsonderzoek uit.
Bezoek van de inspectie
Elke school wordt ten minste eens in de vier jaar door een inspecteur bezocht, ook als er geen aanwijsbare risico's zijn.