Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Bestuurlijke boete voor scholen die verzuim niet melden

Achtergrondinformatie

Bestuurlijke boete

Door de wetswijziging van de Leerplichtwet 1969 krijgt de minister van Onderwijs per 1 januari 2012 de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen aan het hoofd van een school of instelling. De bestuurlijke boete is een nieuwe sanctiemaatregel en kan worden opgelegd in de volgende gevallen:

  • het niet binnen vijf werkdagen melden van ongeoorloofde afwezigheid van meer dan zestien klokuren;
  • incorrecte in- en uitschrijving van een leerling;
  • in strijd handelen met de bepalingen rond vrijstelling wegens vakantie of andere gewichtige omstandigheden van meer dan het wettelijke maximum;
  • het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie omtrent de Leerplichtwet.

In bovenstaande gevallen kan de Inspectie van het Onderwijs een boete opleggen aan het hoofd van de school of instelling van 1.000 euro per overtreding, met een maximum van 100.000 euro.

Bezwaar maken

Indien het hoofd van de school of instelling het niet eens is met de opgelegde bestuurlijke boete, is het mogelijk in bezwaar en beroep te gaan. Dit kan op de gebruikelijke wijze via DUO. Meer informatie hierover vindt u op www.bezwaarschriftenocw.nl.

Bevoegdheden van de leerplichtambtenaar

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de bevoegdheden van een toezichthouder, zoals een leerplichtambtenaar, vastgelegd. Op basis van de Awb mag een leerplichtambtenaar onderzoek uitvoeren op een school om zijn taak goed uit te kunnen voeren.

Een leerplichtambtenaar moet bijvoorbeeld de schooladministratie kunnen inzien om in- en uitschrijvingen en aan- en afwezigheid te controleren. Daarbij kan blijken dat een school de naleving van de leerplichtwet niet op orde heeft. Deze signalen kan de leerplichtambtenaar doorgeven aan de inspectie. De inspectie betrekt deze signalen bij het toezicht op scholen.

Iedere gemeente heeft een ambtsintructie (pdf, 32 Kb)waarin staat op welke manier de leerplichtambtenaar invulling geeft aan zijn signaleringsrol.

Werkwijze inspectie

De inspectie neemt eventuele signalen van de leerplichtambtenaar mee in de jaarlijkse risicoanalyse van een school of instelling. Als de inspectie risico’s ziet of concrete tekortkomingen vermoedt, bijvoorbeeld naar aanleiding van een signaal, dan voert zij nader onderzoek uit. Dat onderzoek kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijke boete.

De signalering van de leerplichtambtenaar maakt in dat geval deel uit van het dossier van de school. De inspectie is verantwoordelijk voor het verzamelen van bewijsmateriaal tegen de overtredende school.

Werkwijze voor gemeenten zonder samenwerkingsovereenkomst

Een gemeente constateert dat een school zich niet houdt aan de leerplichtwet. De school meldt bijvoorbeeld ongeoorloofd afwezige leerlingen stelselmatig niet binnen 5 werkdagen. De gemeente kan dan een signaal geven aan de inspectie. De inspectie beoordeelt of het signaal urgent is. Er zijn twee mogelijkheden:

  1. het signaal is urgent: de inspectie stelt een onderzoek op de school in;
  2. het signaal is niet urgent: het signaal wordt opgeslagen en komt ter sprake tijdens het bestuursgesprek dat de inspectie met de school heeft.

Binnen de inspectie is voor iedere onderwijssector een contactpersoon aangesteld die de signalen van de leerplichtambtenaren beoordeelt en deze doorgeeft aan de contactinspecteur van de betreffende school of instelling.

Werkwijze voor gemeenten met een samenwerkingsovereenkomst

De samenwerking tussen de inspectie en de gemeente wordt intensiever naarmate het aantal overtredingen door een school toeneemt. Per signalering gelden de volgende uitgangspunten.

Eerste signalering

Als de leerplichtambtenaar (LPA) op een school, instelling of opleiding (hierna: school) tekortkomingen constateert in de naleving van de Leerplichtwet, informeert hij de school over de wettelijke bepalingen.

Na het onderzoek stuurt de LPA een rapport met zijn bevindingen aan het hoofd van de school. In het kader van hoor en wederhoor heeft deze tien werkdagen om op het rapport te reageren. Vervolgens stelt de LPA het definitieve rapport op en start hij een dossier van de school. In deze fase vindt geen melding aan de inspectie plaats. De school krijgt de gelegenheid om de tekortkomingen te herstellen.

Tweede signalering

Na (minimaal) drie maanden beoordeelt de LPA of de school de eerder geconstateerde tekortkomingen heeft weggewerkt. Er zijn twee scenario’s:

  1. De school voldoet aan alle wettelijke bepalingen. De LPA maakt een aantekening in het dossier van de school en sluit het dossier. De school ontvangt hiervan een rapport en krijgt tien werkdagen om te reageren. Vervolgens stelt de LPA het definitieve rapport op.
  2. De school voldoet niet aan de wettelijke bepalingen. De LPA spoort de school aan alsnog te voldoen aan de bepalingen. Tevens geeft hij aan dat hij de inspectie informeert indien de school wederom niet aan de bepalingen voldoet. De school ontvangt een rapport en kan hierop binnen tien dagen reageren. Het definitieve rapport wordt opgenomen in het dossier van de school, met de schriftelijke stukken die het rapport onderbouwen.

Derde signalering

Minimaal drie maanden na de tweede signalering controleert de leerplichtambtenaar of de school de eerder geconstateerde tekortkomingen heeft weggewerkt. Hij brengt de school op de hoogte dat bij een onvoldoende de inspectie wordt ingeschakeld en de kans bestaat op een boete. Ook nu zijn er weer twee scenario’s mogelijk:

  1. De school voldoet aan alle wettelijke bepalingen. De LPA maakt een aantekening in het dossier van de school en sluit het dossier. De school ontvangt hiervan een rapport en krijgt tien werkdagen om te reageren. Vervolgens stelt de LPA een definitief rapport op.
  2. De school voldoet niet aan de wettelijke bepalingen. De LPA meldt de situatie bij de Inspectie van het Onderwijs en stuurt de inspectie een kopie van het dossier. De schoolleiding wordt door de LPA geïnformeerd over de melding, ontvangt het rapport en heeft tien werkdagen om te reageren. Vervolgens stelt de LPA het definitieve rapport op.

De inspectie hanteert de melding als een urgent signaal en start het officiële toezicht- en handhavingtraject. Ze beoordeelt het dossier van de school. Er zijn nu twee situaties denkbaar:

  1. Het dossier van de leerplichtambtenaar is compleet: de inspectie legt een bestuurlijke boete op.
  2. Het dossier is niet volledig: de inspectie verzoekt de LPA het dossier aan te vullen. Wanneer het dossier nog steeds niet compleet is, voert de inspectie zelf onderzoek uit. De school ontvangt hiervan een rapport en krijgt tien werkdagen om te reageren. Daarna stelt de inspectie een definitief rapport op. Indien de school niet voldoet aan de wettelijke verplichtingen volgt een bestuurlijke boete. De inspectie kan een brief met gelegenheid tot herstel sturen. De school komt onder geïntensiveerd toezicht en moet verbeteracties plegen. De inspectie informeert de LPA.

Download het kader voor gemeentelijke toetsing verzuim en voortijdig schoolverlaten bij scholen en instellingen (PDF, 362 Kb)

Stuur door