Toelating tot de universitaire masteropleiding
16 november 2010
De inspectie heeft in 2010 onderzoek verricht naar de transparantie van de toelatingseisen en -procedures voor de masterfase en de uitvoeringspraktijk daarvan. Dit met het oog op de zorgvuldige invoering van de ‘harde knip’ tussen de bachelor- en masteropleiding.
Dit onderzoek is verricht middels een websiteanalyse van 65 masteropleidingen en door gesprekken van de inspectie met studenten en deskundigen van enkele instellingen, met de studentenorganisaties LSVB en ISO en met de koepelorganisatie VSNU. De bedoeling van het onderzoek was de variëteit in kaart te brengen van eisen, procedures en uitvoeringspraktijk.
Het rapport schetst een beeld van de diverse wijzen waarop de toelating tot de universitaire masteropleidingen geregeld is en uitgevoerd wordt. Daarbij wordt, naast de toelatingseisen en –procedure, ook aandacht besteed aan de verzelfstandiging van de masteropleiding. Uit het inspectieonderzoek blijkt dat de toelatingseisen en –procedures voor de universitaire masteropleidingen over het algemeen transparant zijn. Daarmee wordt aan de voorwaarde voldaan om de harde knip in te voeren.
In het praktijkonderzoek zijn een aantal zaken naar voren gekomen die niet overal op orde zijn en wel van belang zijn voor het goed functioneren van de harde knip:
- tijdig bekend maken van uitslagen;
- de verhouding tussen centrale en decentrale toelating;
- de druk op het bachelorprogramma;
- de uitval in de premaster.
Al eerder is afgesproken dat de inspectie een meerjarige monitor zal uitvoeren rond de invoering van de harde knip. De inspectie zal, naar aanleiding van het huidige onderzoek, bovenstaande punten in die monitor betrekken.
Meer informatie
-
Toelating tot de universitaire masteropleiding
PDF-bestand, 166kB