E-nieuws speciaal onderwijs april 2012
19 april 2012
Op 17 april publiceerde de Inspectie van het Onderwijs haar jaarlijkse Onderwijsverslag. In deze nieuwsbrief leest u de belangrijkste punten uit dit verslag voor het speciaal onderwijs.
Over het Onderwijsverslag 2010/2011
In het Onderwijsverslag bundelt de Inspectie van het Onderwijs cijfers en informatie, schetst ontwikkelingen en doet aanbevelingen om het onderwijs te verbeteren. Het verslag geeft een beeld van de staat van het onderwijs over de volle breedte. Alle scholen en besturen ontvangen volgende week een exemplaar van de publieksversie van het Onderwijsverslag, met daarin de belangrijkste punten.
- Lees de publieksversie van het Onderwijsverslag (PDF 7,4Mb)
- Lees het hoofdstuk over het speciaal onderwijs (PDF 4,7Mb)
- Lees het volledige Onderwijsverslag 2009/2010 (PDF 5,3Mb)
- Bekijk de themawebsite van het Onderwijsverslag 2010/2011
Bestellen boekwerk?
Wilt u een of meerdere boeken Onderwijsverslag 2010/2011 bestellen dan kunt u bellen met het gratis telefoonnummer van Informatie Rijksoverheid: 1400. U kunt kiezen uit het volledige Onderwijsverslag of uit de Hoofdlijnen uit het Onderwijsverslag.
De kwaliteit speciaal onderwijs en regionale expertisecentra
Zwakke en zeer zwakke scholen
De kwaliteitsverbetering in het (voortgezet) speciaal onderwijs heeft zich in 2011 verder doorgezet. De verschillen tussen de clusters zijn wel groot. Scholen in cluster 1 hebben zich het sterkst verbeterd; geen enkele school is meer zwak of zeer zwak. Ook in cluster 2 en 3 is sprake van verbetering. Een negatieve uitzondering vormen de scholen in cluster 4. Hier is een derde van de scholen zwak of zeer zwak. Dit zijn voornamelijk scholen in het voortgezet speciaal onderwijs.
Kwaliteit regionale expertisecentra
De regionale expertisecentra (rec’s) hebben zich verbeterd, vooral in de ouderbegeleiding. Slechts één rec staat nog onder verscherpt toezicht. Verder is de kwaliteit van de indicatiestelling op orde. Er zijn wel opvallende regionale verschillen in aantallen en percentages afgegeven indicaties. Mogelijk hangen deze samen met verschillen in procedures.
Provincies en grote steden
In Flevoland, Utrecht en Zeeland stijgt het percentage zwakke en zeer zwakke scholen in 2011. Deze drie provincies hebben 25 procent of meer (zeer) zwakke scholen. Dit geldt ook voor Noord-Holland. In vijf provincies hebben alle scholen basistoezicht: Drenthe, Groningen, Noord-Brabant, Limburg en Overijssel. Hierbij moet de inspectie wel opmerken dat het aantal scholen per provincie klein is, waardoor percentages al snel kunnen fluctueren.
In de 32 middelgrote steden (de G32) daalt het percentage (zeer) zwakke scholen sterk: van 37 naar 17 procent. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (de G4) is voor het tweede jaar op rij bijna een kwart van de scholen zwak of zeer zwak.
Leerlingen in (v)so
In 2010/2011 zaten ongeveer 69.000 leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs. Dit is een stijging van ongeveer duizend leerlingen ten opzichte van het jaar ervoor. Vooral het aantal leerlingen dat een indicatie heeft vanwege ernstige gedragsproblemen is de afgelopen jaren gestegen. Vaak hebben zij een stoornis in het autistisch spectrum. Dit is de belangrijkste oorzaak van de groei in cluster 4. In de andere clusters groeien de leerlingenaantallen niet of nauwelijks. Dit geldt ook voor het speciaal basisonderwijs.
Verbeterpunten
Scholen in het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn over het algemeen goed in staat de beginsituatie van de leerlingen vast te stellen. Vrijwel alle scholen stellen een handelingsplan op, in samenspraak en met instemming van de ouders.
De belangrijkste verbeterpunten zijn de instructie en de evaluatie van de zorg. Twee derde van de scholen evalueert de geboden zorg onvoldoende. Ook het meer centraal stellen van de ontwikkeling van de leerlingen, in plaats van hun zorgbehoefte, is op veel scholen wenselijk. Verder wordt niet altijd voldoende samengewerkt met de verschillende instanties die bij de jeugdhulpverlening betrokken zijn.
Passend onderwijs
Veel besturen, schoolteams en betrokkenen bij rec’s en cvi’s waren in 2011 druk met de voorgenomen invoering van Passend onderwijs en de daarbij geplande bezuinigingen. De meeste betrokkenen proberen zo goed mogelijk aan te haken bij regionale initiatieven rondom Passend onderwijs. Veel heftiger is volgens de betrokkenen de impact van de voorgenomen bezuinigingen. Er is vooral zorg over de gevolgen voor de ambulante begeleiding.
Meer aandacht voor opbrengsten
In toenemende mate ontstaat in het (voortgezet) speciaal onderwijs aandacht voor de opbrengsten van het onderwijs. Het toezicht van de inspectie sluit daarop aan, onder andere met het nieuwe toezichtkader dat in de loop van 2012 in werking treedt.