Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

E-nieuws beroepsonderwijs en volwasseneneducatie april 2012

19 april 2012

De inspecteur-generaal van het onderwijs Annette Roeters bood op 18 april het Onderwijsverslag aan minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra aan. In deze nieuwsbrief leest u de belangrijkste punten uit het Onderwijsverslag 2010/2011 voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Over het Onderwijsverslag 2010/2011 

In het Onderwijsverslag over het schooljaar 2010/2011 bundelt de Inspectie van het Onderwijs cijfers en informatie, schetst positieve en negatieve ontwikkelingen en doet aanbevelingen om het onderwijs te verbeteren. Het verslag geeft een beeld van de staat van het onderwijs over de volle breedte.

Alle scholen en besturen ontvangen deze week een exemplaar van het Onderwijsverslag.

Bestellen boekwerk?

Wilt u een of meerdere boeken Onderwijsverslag 2010/2011 bestellen dan kunt u bellen met het gratis telefoonnummer van Informatie Rijksoverheid: 1400. U kunt kiezen uit het volledige Onderwijsverslag of uit de Hoofdlijnen uit het Onderwijsverslag.

Kwaliteit en rendement beter

De basiskwaliteit van de bekostigde beroepsopleidingen is steeds vaker beter op orde. Het aantal zwakke en zeer zwakke opleidingen nam in het schooljaar 2010/2011 af. Ook zet de in het vorige Onderwijsverslag gesignaleerde lichte, maar gestage verbetering in rendementen door. Meer studenten verlieten de school met een diploma en het percentage voortijdig schoolverlaters daalde licht. In vergelijking met tien jaar geleden scoren de opleidingen beter op de beroepspraktijkvorming, opbrengsten op niveau en de systematische kwaliteitszorg.

Vavo en educatie

De kwaliteit van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) en de educatie blijft achter. Bij het vavo liggen de opbrengsten onder de normen die in het voortgezet onderwijs gelden. Het verschil tussen de cijfers van het schoolexamen en het centraal examen is groot. Verder is er sprake van een geringe borging van de examenkwaliteit. Ook in de educatie zijn er zorgen over de kwaliteit. Hier ziet de inspectie met name dat de infrastructuur aan het afbrokkelen is.

Verbeterpunten

Een hoog percentage mbo-opleidingen scoort onvoldoende op vijf indicatoren voor onderwijskwaliteit. Zo schiet twee derde van de opleidingen tekort in het bieden van maatwerk, zowel aan de zwakkere als aan de goed presterende studenten. Daarnaast laat slechts de helft van de opleidingen de kwaliteit van het onderwijs beoordelen door externe deskundigen. Bij een derde deel van de opleidingen voldoet de kwaliteitszorg niet aan de norm. Verder beantwoordt ongeveer een vijfde deel van de opleidingen niet aan de verplichte normen voor onderwijstijd. Een zesde deel voldoet niet aan de gestelde norm bij de opbrengsten.

Kwaliteit examens

De kwaliteit van de examens is bij 83 procent van alle mbo-opleidingen voldoende. In 2009 was dit percentage 63 procent. De verbetering is het grootst bij de ingekochte examens. Bij de zelfgemaakte examens schiet de kwaliteit nog vaak tekort. Ook voor de taalexamens is verdere verbetering vereist. Ongeveer een derde van de taalexamens bleek niet op orde.

Zorg voor kwetsbare studenten

In het mbo neemt het aantal kwetsbare studenten toe en wordt ook de zorgvraag complexer. De aandacht voor deze kwetsbare studenten is dan ook aanzienlijk toegenomen. Toch voeren opleidingen de zorg nog weinig planmatig uit, en richten ze de aandacht vooral op sociaalmaatschappelijke en sociaalemotionele problemen en minder op de leerresultaten.

Didactisch handelen

Vergeleken met vijf jaar geleden is de kwaliteit van het didactisch handelen en de begeleiding van studenten iets minder vaak als voldoende beoordeeld. Wel blijkt dat bij 112 onderzochte opleidingen nogal wat assistenten zonder supervisie worden ingezet als leraar. Ook worden bevoegde leraren ingezet voor vakken buiten hun bevoegdheid.

Diversen

Zorgadviesteams

In het Onderwijsverslag over 2005/2006 werd melding gemaakt van een gebrekkig gevoel voor ketenverantwoordelijkheid door instellingen voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve). Partijen voelden zich beperkt verantwoordelijk voor de samenwerking met instanties buiten het onderwijs (Inspectie van het Onderwijs, 2007). Cijfers waren toen niet beschikbaar. Na vijf jaar geven de cijfers aan dat vrijwel alle bve-instellingen beschikken over zorgadviesteams. In deze teams werken vertegenwoordigers van onder meer jeugdgezondheidszorg/GGD, Bureau Jeugdzorg, instanties voor schuldsanering, een leerplichtambtenaar en de politie samen. Ze bieden hulp aan studenten met uiteenlopende problemen, vaak op het sociaal-emotionele vlak. De inspectie constateert dat het aantal studenten met een zorgvraag toeneemt en dat het om steeds complexere hulpvragen gaat. De bve-instellingen nemen deze zorgstudenten op en bieden hulp, ondanks het risico dat deze studenten de school voortijdig verlaten.

Verbetering vereist

Nog steeds zijn er onderdelen waarover de bve-instellingen niet tevreden mogen zijn. Een op de vijf examens is nog van onvoldoende kwaliteit. Met name de zelfgemaakte examens blijven achter. Ook bij taalexamens moet nog een flinke verbeterslag tot stand worden gebracht. De systematische kwaliteitszorg is, hoewel verbeterd, nog bij 40 procent van de opleidingen onvoldoende. Het kwaliteitsbewustzijn op managementniveau is toegenomen, maar dit vertaalt zich nog te weinig naar resultaatgericht werken van docententeams.

Professionalisering van leraren

De omvangrijke omslag naar competentiegericht onderwijs vereist meer onderwijskundig leiderschap. Docenten hebben vaak het gevoel daarin alleen te staan, zonder steun van bovenaf. Bovendien is er weinig zicht op het effect van de deskundigheidsbevorderende maatregelen die worden ingezet. De inspectie dringt er bij docenten op aan hun professionele ruimte te benutten binnen de gegeven doelstellingen van de eigen bve-instelling. In het kader van de systematische kwaliteitszorg en de kwaliteit van het leraarschap zal de inspectie met het nieuwe bve-waarderingskader 2012 nadrukkelijk op deze onderwerpen toezien.

Toezicht op naleving Leerplichtwet

De inspectie maakt zich zorgen over de naleving door de mbo-instellingen van een aantal wettelijke vereisten. Zo voldoen veel instellingen niet aan de Leerplichtwet inzake het tijdig melden van verzuim en voortijdig schoolverlaten. Het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet ligt vanaf 1 januari 2012 bij de inspectie. Een aantal grote gemeenten heeft al samenwerkingsovereenkomsten met de inspectie afgesloten.

Onderwijstijd en bevoegdheden

Ook de naleving van de onderwijstijd blijft bij meerdere instellingen een hardnekkig probleem en het toezicht zal daarop geïntensiveerd moeten worden. Daarnaast dienen de bve-instellingen de regels van de bevoegdheidseisen van docenten beter na te leven om de kwaliteit van het leraarschap te verbeteren.

Kwaliteit jaarverslaggeving bve-sector verbeterd

In de bve-sector is de kwaliteit van de jaarverslagen op instellingsniveau in 2011 verbeterd. Het aantal bve-besturen dat er in het jaarverslag blijk van geeft de onderwijskwaliteit regelmatig te monitoren, groeide vergeleken met vorig jaar van de helft naar ruim driekwart. Wel is de informatie nog te weinig beschikbaar op sector- of brancheniveau. Verder voldoet bijna 40 procent van de jaarverslagen nog niet als verantwoordingsdocument (zie hoofdstuk 4).

Overig nieuws: over groen onderwijs in de bve-sector

Basiskwaliteit groen mbo op orde

De basiskwaliteit van het groene mbo is grotendeels op orde. Op 1 september 2011 is geen enkele opleiding binnen het groene mbo zeer zwak en zijn vijf opleidingen zwak. Verbeterpunten zijn het voldoen aan de wettelijke vereisten, het didactisch handelen, de werkvormen en de begeleiding in de instelling. Op deze punten scoort het groene mbo slechter dan de opleidingen in het overige mbo.

Tevredenheid studenten

In het mbo zijn de studenten gemiddeld genomen wat minder tevreden dan de studenten in het overige onderwijs over de basis die de opleiding biedt voor de arbeidsmarkt en de verdere ontwikkeling. In het hoger onderwijs zijn studenten daarentegen juist tevredener, vooral over het groene wetenschappelijk onderwijs.

Rendementen

Het groene onderwijs heeft relatief hoge rendementen in vergelijking met het overige onderwijs. Er is een belangrijke uitzondering, namelijk de gemengde/theoretische leerweg van het groene vmbo. In het groene hbo studeren nog steeds relatief meer studenten af binnen de nominale studieduur dan in het overige hbo, maar door de jaren heen is het percentage studenten dat binnen de nominale studieduur een diploma haalt, gedaald.

Stuur door

Terug naar nieuwsbrievenlijst