Vragen en antwoorden over de wijzigingen in de opbrengstbeoordeling
28 juni 2011
In de E-nieuws van februari 2011 kondigde de inspectie aan dat de ondergrenzen voor het beoordelen van de opbrengsten met behulp van de Cito LVS-toetsen per 1 augustus 2011 worden gewijzigd.
De afgelopen tijd heeft de inspectie veel vragen ontvangen over deze wijzigingen. Hieronder leest u de meest gestelde vragen én antwoorden.
Waarom worden de ondergrenzen bij een aantal toetsen verhoogd?
In de handleidingen van de nieuwe versies van de LVS-toetsen zijn normeringstabellen op leerlingniveau opgenomen. Daaruit is af te leiden hoe de prestaties van elke leerling zich verhouden tot het landelijke gemiddelde. Deze normeringstabellen geven echter geen zicht op de vraag hoe het gemiddelde van elk leerjaar op een school zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde van dat leerjaar. Daarnaast houden de normeringstabellen geen rekening met verschillen in achtergrond van de leerlingen, zoals die bijvoorbeeld in het leerlinggewicht tot uitdrukking komen.
Met behulp van de (beperkt) beschikbare gegevens in de handleidingen op schoolniveau heeft de inspectie na het uitkomen van de nieuwe LVS-toetsen voorlopige ondergrenzen bepaald voor de verschillende leerjaren. Deze ondergrenzen worden nu herzien, omdat inmiddels voldoende gegevens op schoolniveau beschikbaar zijn om ze betrouwbaar vast te stellen. Daarmee komen de ondergrenzen weer op hetzelfde niveau dat de inspectie hanteerde voor de oude LVS-toetsen.
Is de normering op leerlingniveau van de nieuwe toetsen door Cito wel zorgvuldig uitgevoerd?
Cito heeft bij haar normeringsonderzoek voor de nieuwe toetsen zorg gedragen voor een representatieve steekproef met voldoende leerlingen. Zo kon Cito een betrouwbare uitspraak doen over de prestaties van individuele leerlingen. De totstandkoming van de nieuwe toetsen is wetenschappelijk verantwoord en voorgelegd aan de COTAN.
Voor elke toets geldt echter dat ook zorgvuldig vastgestelde normen aan slijtage onderhevig zijn. Zo kan er sprake zijn van een verschil in de afnamecondities tijdens het normeringsonderzoek van Cito en de uiteindelijke wijze van afname op scholen na de brede verspreiding van de toetsen.
De inspectie wijst, net als Cito, scholen nogmaals op het belang van het hanteren van de aanwijzingen voor afname. Deze is beschreven in de handleiding van de toetsen. Ook is gebleken dat normen slijten door verschillen tussen de oorspronkelijke leerlingenpopulatie en latere generaties of veranderingen in het onderwijsaanbod. Dat is een belangrijke reden voor de periodieke herijking van inhoud en normen van de LVS-toetsen.
Waarom is er een verschil tussen de normering van Cito en de ondergrenzen van de inspectie?
De normering van Cito, die het niveau aanduidt met de categorieën A-E of I-V, is tot stand gekomen op basis van het oorspronkelijke normeringsonderzoek. Deze normen zijn niet bedoeld voor het aanbrengen van een grens tussen voldoende en onvoldoende, maar voor analyses op leerlingniveau. De ondergrenzen die de inspectie hanteert, zijn gebaseerd op het latere onderzoek in 2010 bij een groot aantal scholen.