Onderzoek naar wettelijke vereisten ouderbijdrage
1 november 2010
De ouderbijdrage in het voortgezet onderwijs is de afgelopen weken veel in het nieuws geweest. Dat heeft te maken met klachten van ouders en met het steekproefonderzoek dat de inspectie uitvoert.
Zowel de inspectie als o.a. de Vereniging Openbaar Onderwijs hebben klachten
ontvangen over de wijze waarop scholen bijdragen vragen aan de ouders.
De klachten betreffen vooral de vrijwilligheid van de gevraagde bijdrage, zoals
voor de borgsom of verzendkosten. Ook zijn er klachten over het niet gratis
verstrekken van voorgeschreven lesmaterialen, zoals bijvoorbeeld laptops,
meestal in combinatie met het vrijwillige karakter ervan.
Zoals de staatssecretaris in haar antwoord op vragen van de Tweede Kamer heeft aangegeven zal de inspectie de klachten onderzoeken. De scholen zal in eerste instantie om nadere informatie worden gevraagd. Als daartoe aanleiding is krijgen scholen die zich niet aan belangrijke punten van de wet houden, de opdracht hun regelingen of informatie aan de ouders aan te passen.
Naast het onderzoek naar deze klachten voerde de inspectie een steekproefonderzoek uit op ruim honderd scholen dat voor de zomervakantie werd afgerond en voert zij momenteel opnieuw een steekproefonderzoek uit onder negentig scholen in het vo. Deze onderzoeken hebben tot nogal wat vragen en reacties van scholen geleid. Zo was er de vraag waarom de resultaten van het onderzoek in 2009 pas in het voorjaar van 2010 naar de scholen zijn gestuurd. Een begrijpelijke vraag. De inspectie heeft in 2009 een verkennend onderzoek uitgevoerd, daarover eerst met OCW en de staatssecretaris overlegd en pas daarna gerapporteerd.
Verder waren er vragen en opmerkingen van scholen over de toonzetting van de rapportagebrieven, de gedetailleerdheid van de rapportage, de gehanteerde herstelperiodes en de vermelding van mogelijke sancties. De inspectie heeft hierop gereageerd met een verwijzing naar het feit dat dit onderzoek in het teken moet staan van de handhaving van de naleving van wet- en regelgeving en dat bij zo’n handhavingstraject met juridische criteria rekening moet worden gehouden. Die criteria leiden tot deze vormen van rapportage.
De meeste opmerkingen gingen over de ervaren gedetailleerdheid en uitgebreidheid van de regelgeving rond de ouderbijdrage. De inspectie is hierover ook uitvoerig in overleg met het ministerie van OCW. Vooruitlopend daarop heeft de inspectie bij dit onderzoek met OCW afgesproken dat alleen op de belangrijkste elementen van de regelgeving wordt gelet, namelijk of de toelating tot de school niet afhankelijk wordt gesteld van het betalen van de ouderbijdrage, of de bijdrage werkelijk vrijwillig is en dat ook duidelijk is voor de ouders, of de school werkt met een overeenkomst en of de schoolboeken inderdaad gratis worden verstrekt.
Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat een groot deel van de onderzochte scholen zich niet aan die belangrijkste punten van de wet houdt (zoals vrijwilligheid, adequate informatie in de schoolgids, gratis lesmaterialen, toegankelijkheid). De betreffende scholen hebben hierover een rapportage ontvangen en hebben een herstelopdracht gekregen om binnen twee maanden alsnog aan de wettelijke bepalingen te voldoen. Vanaf half oktober worden deze scholen opnieuw gecontroleerd. Daarna wordt eventueel handhavend opgetreden en kan uiteindelijk de minister een sanctiemaatregel opleggen. De eindrapportage van dit onderzoek wordt begin 2011 verwacht.
Voor meer informatie over de wettelijke vereisten omtrent de bijdragen die scholen aan ouders kunnen vragen verwijzen wij naar de veelgestelde vragen (PDF 54kB). Voor meer informatie kunt u ook het Informatieblad over het Handhavingstoezicht Ouderbijdrage en Sponsoring (PDF 53kB). Daarnaast kunt u voor specifieke vragen contact opnemen met de inspectie via Loket Onderwijsinspectie.