Inspectie van het Onderwijs - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

E-nieuws beroepsonderwijs en volwasseneneducatie april 2011

27 april 2011

De inspecteur-generaal van het onderwijs Annette Roeters bood op 20 april het Onderwijsverslag aan minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra aan. In deze nieuwsbrief leest u de belangrijkste punten uit het Onderwijsverslag 2009/2010 voor het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Over het Onderwijsverslag 2009/2010

In het Onderwijsverslag over het schooljaar 2009/2010 bundelt de Inspectie van het Onderwijs cijfers en informatie, schetst positieve en negatieve ontwikkelingen en doet aanbevelingen om het onderwijs te verbeteren. Het verslag geeft een beeld van de staat van het onderwijs over de volle breedte.

Alle scholen en besturen ontvangen deze week een exemplaar van het Onderwijsverslag.

Kwaliteit mbo

Het mbo staat voor een breed en omvattend takenpakket: drievoudige kwalificering (arbeidsmarkt, vervolgonderwijs, samenleving), terugdringen van de uitval en aansluiten op snel veranderende regionale en nationale arbeidsmarkten. Tegelijk wordt de op competenties gebaseerde kwalificering ingevoerd, zijn de opleidingen zelf verantwoordelijk voor de examinering en blijven toegankelijkheid voor zwakkere leerlingen en de educatie met het perspectief van een leven lang leren ook opdrachten voor het mbo. We signaleren in het Onderwijsverslag een positieve ontwikkeling. Het rendement is in tien jaar toegenomen van 60 naar 70 procent; het aantal zwakke en zeer zwakke opleidingen loopt sterk terug. Daarnaast blijven we in het Onderwijsverslag aandacht vragen voor zaken die voor (verdere) verbetering vatbaar zijn.

Kwaliteit opleidingen

De inspectie onderzocht een representatieve steekproef van opleidingen uit de mbo-sectoren groen en economie. Sterke punten zijn de samenhang in programma’s en de veiligheid, zwakke punten zijn het omgaan met verschillen en de kwaliteitsborging. De helft van de opleidingen besteedt onvoldoende aandacht aan het beoordelen van de eigen onderwijs-kwaliteit.

Zwakke en zeer zwakke opleidingen

Op 1 januari 2010 waren er 44 zeer zwakke en 411 zwakke mbo-opleidingen. Deze aantallen zijn op 1 januari 2011 gedaald naar respectievelijk 20 en 226 (ofwel 0,4 en 4,2 procent van het totaal, waarbij opleidingen met minder dan twaalf studenten niet zijn meegerekend). De daling komt mede door een andere werkwijze van de inspectie. Vroeger kregen groepen opleidingen in een cluster allemaal hetzelfde toezichtarrangement als er een zwakke of zeer zwakke opleiding tussen zat. Nu krijgt alleen die ene opleiding een strengere vorm van toezicht. De zwakke en zeer zwakke opleidingen hebben samen ruim 21.000 studenten (4 procent van het totaal). Van de 66 instellingen in het mbo hebben er 10 een of meer zeer zwakke opleidingen, 36 hebben zwakke opleidingen.

De opleidingen op niveau 2 zijn relatief vaak zwak of zeer zwak, terwijl het voor studenten op dit niveau juist zo belangrijk is om een diploma (en daarmee een startkwalificatie) te halen.

Kwaliteit examens

Bij 37 procent van de mbo-opleidingen is de kwaliteit van de examinering onvoldoende. Dat komt deels doordat instellingen examens van onvoldoende kwaliteit inkopen. De examens bij competentiegerichte opleidingen zijn beter dan bij de eindtermgerichte opleidingen. Een jaar eerder was de examenkwaliteit bij 22 procent van de opleidingen onvoldoende.

Kwaliteit instellingen

Mbo-instellingen verschillen onderling sterk in hun resultaten. Dat ligt niet alleen aan het niveau van de opleidingen en van de studenten die de instelling bevolken, maar ook aan reële kwaliteitsverschillen. Een kwart van de instellingen heeft aangepast financieel toezicht. De bestuurlijke kwaliteit ontwikkelt zich langzaam en de verschillen tussen instellingen zijn ook op dit punt groot. Het schort vaak aan scherpte van plannen en een beoordeling van vorderingen; ook beschikken de juiste mensen niet altijd over de juiste informatie. Als het gaat om resultaatgerichtheid schieten instellingen vaak tekort. Bestuurlijk vermogen en de kwaliteit van de instelling, waaronder inbegrepen de resultaten van studenten, hangen samen.

Diversen

Opbrengsten
Van de studenten die het mbo in 2008/2009 verlieten, is 30 procent ongediplomeerd. Een jaar daarvoor was dit 31 procent. Bij het niet-bekostigd onderwijs vertrok 41 procent van de studenten zonder diploma. De resultaten in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) liggen lager dan in het reguliere en particuliere voortgezet onderwijs.
Van de studenten die het onderwijs verlaten is weliswaar nog 30 procent ongediplomeerd, maar dat was 40 procent in het begin van de jaren 2000.

Tevredenheid
Evenals in 2009 geven studenten hun opleiding ook in 2010 gemiddeld een 6,9. De helft van de mbo-schoolverlaters vindt dat de opleiding een goede basis biedt voor de start op de arbeidsmarkt. De werkloosheid onder mbo’ers is echter door de economische crisis gestegen.

Verantwoording
De meeste instellingen rapporteren in het jaarverslag over doelstellingen, kernactiviteiten en organisatiestructuur. Ook monitoren instellingen de onderwijskwaliteit. De informatie over resultaten, zoals voortijdig schoolverlaten en tevredenheid van studenten, is echter te weinig inzichtelijk, omdat die niet aan onderdelen van de instelling wordt gekoppeld. De verslagen zijn hierdoor nog steeds onder de maat.

Naleving
Veel instellingen voldoen nog steeds niet aan verplichte normen voor onderwijstijd. In een (niet-representatieve) groep opleidingen had 23 procent onvoldoende onderwijstijd geprogrammeerd en zou 25 procent onvoldoende onderwijstijd gaan realiseren. Pas na hercontroles door de inspectie verbeterde er iets. Bij tekorten in het mbo die opleidingen ook na een geboden herstelmogelijkheid nog niet hebben weggewerkt, wordt een deel van de bekostiging teruggevorderd. In het mbo kan bij herhaling de opleidingslicentie worden ingetrokken. Instellingen voldoen bijna nooit aan verplichtingen rond de registratie van ongeoorloofde afwezigheid en voortijdig schoolverlaten.

De kwaliteit van de docent

Jaarlijks vindt in het middelbaar beroepsonderwijs een grootschalig onderzoek onder mbo-studenten plaats, de zogenaamde JOB-enquête. Hierin beoordelen studenten onder andere hun docenten. Dat leidde in 2010 tot de volgende resultaten:

  • 62 procent van de mbo-studenten is tevreden over het contact met docenten;
  • 57 procent is positief over de kwaliteit van docenten;
  • 54 procent is tevreden over de begeleiding bij leerproblemen;
  • 47 procent is tevreden over de begeleiding in algemene zin.

Een grote groep mbo’ers lijkt dus niet zonder meer tevreden over de begeleiding door en kwaliteit van de mbo-docenten. Dat geldt overigens ook voor andere aspecten van het onderwijs.

Lees het hoofdstuk over De kwaliteit van leraren (pdf)

Overig nieuws

Vernieuwing Toezichtkaart
Binnenkort zal een aangepaste versie van de Toezichtkaart online gaan. De informatie is dan overzichtelijker en toegankelijker beschikbaar, het zoeken kan bijvoorbeeld gedetailleerder en er is meer over de historie te vinden. De Toezichtkaart is te vinden via ‘Zoek scholen’ op de homepage van www.onderwijsinspectie.nl.

Stuur door

Terug naar nieuwsbrievenlijst