Onderzoek financiële positie schoolbesturen po/vo
24 augustus 2012
Het aantal besturen in het primair en voortgezet onderwijs met een te ruime financiële buffer is beperkt. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs.
Financiële buffer
In 2009 werden in het rapport van de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (Commissie Don) kengetallen vastgesteld om te bepalen in hoeverre schoolbesturen gebruik maken van de middelen die ze van de rijksoverheid ontvangen. De minister van OCW verzocht de inspectie onderzoek te doen naar de stand van zaken bij de 400 rijkste besturen.
Uit pilotonderzoek bleek dat het 'te veel aan middelen', waarover in een kamerdebat eind 2009 was gesproken, niet afgemeten moet worden aan de kapitalisatiefactor, maar aan de financiële buffer van schoolbesturen.
Onderzoek bij 346 besturen
De inspectie heeft uit een selectie van 409 besturen uiteindelijk onderzoek gedaan bij 346 besturen (102 vo en 244 po). De overige besturen zijn afgevallen vanwege bestuurlijke veranderingen of om de begin 2012 nog verwachte bezuinigingen op passend onderwijs.
Inzicht in financiële positie ontbreekt vaak
De financiële ruimte bleek bij een groot deel van de besturen te zijn afgenomen. Nog 17 vo-besturen en 93 po-besturen hebben naar verwachting in respectievelijk 2013 en 2014 een te ruime financiële buffer. Uit het onderzoek blijkt dat veel besturen nog onvoldoende inzicht hadden in hun eigen financiële positie. De inspectie heeft met deze besturen afspraken gemaakt over het opstellen van een beleidsrijke meerjarenbegroting en/of het uitvoeren van een risicoanalyse om de noodzakelijke omvang te bepalen van de financiële buffer. Hiermee moet ook duidelijk worden hoe de te ruime buffers worden afgebouwd. De inspectie volgt dit proces in haar reguliere financiële toezicht.
Meer informatie
-
Onderzoek financiële positie schoolbesturen po/vo
PDF-bestand, 366kB