Ervaringscertificaten moeten beter
25 juni 2012
De kwaliteit van de ervaringscertificaten, het document waarmee een traject van erkenning van eerder of elders verworven competenties (evc) wordt bekrachtigd, moet beter. Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs.
De inspectie heeft daarnaast bekeken hoe examencommissies in het middelbaar en het hoger beroepsonderwijs omgaan met ervaringscertificaten. De staatssecretaris van Onderwijs heeft het rapport, “Examencommissies & ervaringscertificaten - over evc in het mbo en het hbo” vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden.
Het onderzoek is een vervolg op twee inspectierapporten in 2009: “Kwaliteit evc-procedures in het mbo” en “Competent erkend? Over het erkennen van verworven competenties in het hoger onderwijs”. Destijds werd geconstateerd dat de kwaliteit van evc te wensen overliet. Daarom heeft de inspectie tussen september 2011 en maart 2012 een vervolgonderzoek verricht naar de kwaliteit van evc. Centrale vraag is of examencommissies in het mbo en hbo op verantwoorde wijze beslissingen over vrijstellingen, maatwerktrajecten en diplomering nemen als een kandidaat een ervaringscertificaat wil verzilveren.
Hoofdconclusie is dat in het mbo en in het hbo de kwaliteit van ervaringscertificaten in de meeste gevallen ernstig tekortschiet. Het certificaat biedt examencommissies daardoor onvoldoende informatie om verantwoorde beslissingen te nemen over vrijstelling, diplomering of maatwerk.
De inspectie heeft geconstateerd dat de rolopvatting en taakvervulling bij verzilvering van ervaringscertificaten van een aanzienlijk deel van de examencommissies ontoereikend is. Het blijkt dat weliswaar in een deel van de onderzochte situaties de examencommissie adequate aanvullende maatregelen neemt in geval van lacunes in het certificaat, maar dat dit te vaak achterwege blijft.
De inspectie vindt dat examencommissies vanuit hun wettelijke opdracht duidelijke afspraken dienen te maken over het verlenen van vrijstellingen en diplomering. Daarbij moeten zij niet aarzelen ervaringscertificaten van onvoldoende kwaliteit te weigeren.
Evc-aanbieders moeten de certificaten verbeteren, vooral wat betreft de onderbouwing van de erkende competenties.
De overheid zou er goed aan doen om ook de komende jaren de regierol voor de kwaliteit van evc-voorzieningen voort te zetten.
De inspectie zal over drie jaar vervolgonderzoek uitvoeren; de omvang en focus van dat onderzoek is afhankelijk van de uitkomsten van de reguliere risicoanalyses die de inspectie uitvoert en signalen die de inspectie tussentijds over evc krijgt.
Meer informatie
-
Examencommissies & ervaringscertificaten - over evc in het mbo en het hbo
PDF-bestand, 364kB