Prestatiegerichte aanpak helpt onderwijs te verbeteren
21 april 2010
Onderwijsverslag 2008/2009 - De Onderwijsinspectie ziet dat de basiskwaliteit van het onderwijs over de hele linie iets verbetert. Zo neemt het aantal zeer zwakke en zwakke scholen in bijna alle onderwijssoorten af. Toch moeten leerlingen die voor hun ontwikkeling het meest aangewezen zijn op goed onderwijs, dat het vaakst ontberen. Zo’n 145.000 leerlingen in Nederland gaan naar een zwakke of zeer zwakke school en krijgen niet het onderwijs waar ze recht op hebben. De inspectie ziet in alle sectoren ruimte voor verbetering.
Een kwart van de basisscholen werkt voor rekenen en wiskunde prestatiegericht (ook wel opbrengstgericht genoemd). Deze scholen stellen duidelijke doelen voor alle leerlingen, analyseren problemen van leerlingen die de doelen niet halen en slagen er vaak in die te verhelpen door goede leerlingenzorg. Leraren op scholen die prestatiegericht werken, hebben in hun lessen duidelijk voor ogen wat ze hun klas moeten leren en stemmen hun onderwijs effectief af op de verschillen tussen leerlingen. Deze scholen kijken jaarlijks kritisch hoe alle groepen leerlingen presteren en verbeteren zich snel als prestaties tegenvallen. Op deze scholen presteren leerlingen beter dan op scholen die minder kritisch kijken naar wat ze met hun leerlingen bereiken.
Zelfreflectie van scholen nodig
De inspectie ziet nog te vaak dat zwakke en zeer zwakke scholen de oorzaak van
slechte prestaties niet bij zichzelf zoeken, maar ten onrechte bij de leerlingen
leggen. De inspectie pleit voor de invoering van verplichte toetsen op
verschillende momenten in de schoolloopbaan van leerlingen. Dat kan scholen
helpen om kritisch naar zichzelf te kijken en zich te vergelijken met andere
scholen. Toetsen zouden niet alleen moeten weten of leerlingen een bepaald
niveau halen, maar ook hoever ze boven of onder dat niveau zitten. Deze gegevens
zijn onmisbaar voor verbeteringen op leerling-, klas-, school en stelselniveau.
Naleven van regels verdient aandacht
Voor de kwaliteit van het onderwijs is het ook van belang dat scholen en
besturen de wet- en regelgeving naleven. Leerlingen hebben recht op voldoende
onderwijstijd. Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat tweederde van de
scholen in het voortgezet onderwijs zich houdt aan de huidige urennorm (1.000
uur), in het mbo is dat 83 procent (850 uur). Dit is een verbetering ten
opzichte van voorgaande jaren, maar de inspectie vindt dat alle scholen en
opleidingen de volledige onderwijstijd moeten benutten, omdat leerlingen
hierdoor betere resultaten kunnen halen.
Ook leven veel scholen de regelgeving rond specifieke zorg onvoldoende na. Wettelijk verplichte handelingsplannen voor rugzakleerlingen of leerlingen met leerwegondersteuning ontbreken op de helft van de middelbare scholen. Scholen omschrijven niet goed welk doel ze willen bereiken met een leerling, hoe ze dit willen doen en of ze het doel hebben bereikt. Een ander probleem is dat de handtekening van de ouders vaak niet op een handelingsplan staat. Deze scholen leggen onvoldoende verantwoording af aan ouders.
Als regelgeving niet helder of complex is, verwacht de inspectie dat het onderwijsveld en sectororganisaties het initiatief nemen om in gesprek te gaan met de overheid. Naleving van de regels heeft immers het meeste effect als wetten en regels begrijpelijk zijn en op draagvlak kunnen rekenen. Ook de inspectie vervult hierin een rol en kan wijzen op onvolkomenheden in de regelgeving.
Achterstandsleerlingen ontberen goed onderwijs
De zwakke en zeer zwakke scholen bevinden zich vooral in het noorden van het
land en in de vier grote steden. Leerlingen op deze scholen komen vaker uit
autochtone of allochtone achterstandsgroepen en hebben goed onderwijs juist hard
nodig voor hun ontwikkeling. Als de inspectie een school zwak of zeer zwak
noemt, betekent het dat de prestaties ver onder het gemiddelde niveau van
scholen met vergelijkbare leerlingen liggen.
De inspectie vindt dat besturen, scholen en leraren de risico’s en tekortkomingen in het onderwijs voortvarender moeten aanpakken. Het ministerie en de sectororganisaties hebben initiatieven genomen om zwakke en zeer zwakke scholen te helpen. Ervaringen van de inspectie met zeer zwakke scholen laten zien dat geconcentreerde en krachtige maatregelen van besturen in korte tijd grote verbeteringen kunnen bewerkstelligen.
Verbeteringen in onderwijs blijven nodig
De inspectie ziet een positieve ontwikkeling in het verminderen van de zwakke en
zeer zwakke scholen. Feit blijft dat alle leerlingen goed onderwijs verdienen.
Toch komen er nog steeds zwakke en zeer zwakke scholen bij. Daarnaast moeten
scholen zorgen dat eenmaal bereikte verbeteringen ook behouden blijven. Daarbij
is het van belang dat besturen, scholen en leraar blijvend de kwaliteit van het
onderwijs bewaken, meer prestatiegericht gaan werken en in gesprek blijven over
het naleven van de regels die vanuit de overheid worden gesteld. Scholen laten
kansen liggen door weinig of niet prestatiegericht te werken. Ook
lerarenopleidingen zijn van plan de aandacht voor prestatiegericht werken te
vergroten. Over enkele jaren is duidelijk of deze inspanningen leiden tot minder
zwakke en zeer zwakke scholen.
Meer informatie
-
Onderwijsverslag 2008/2009
PDF-bestand, 6MB -
Onderwijsverslag 2008/2009 - printversie
PDF-bestand, 2MB